Taalmaatjesproject
Voor wie
Dit project is voor allochtone vrouwen en mannen die hun Nederlands willen verbeteren. Het animo onder allochtone vrouwen en mannen is zo groot dat er een wachtlijst is ontstaan. Daarom zijn we altijd op zoek naar Nederlands sprekende vrijwilligers die als taalmaatje gekoppeld willen worden.

Doel
Het vergroten van de woordenschat, spreekvaardigheid en verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van allochtone vrouwen en mannen.

Wat doet een taalmaatje?
Als taalmaatje help je een allochtone vrouw of man met het verbeteren van haar/zijn Nederlands. Je kunt met elkaar eten, met elkaar wandelen, sporten, musea of buurthuizen bezoeken, of gewoon gezellig praten en zo Nederlands oefenen. Je wordt voor een jaar gekoppeld. In dat jaar ga minimaal 20 keer bij je maatje op huisbezoek. Je kunt zelf je tijd indelen en de afspraken met je maatje maken. Humanitas ondersteunt en begeleidt je gedurende deze periode. Er worden ook trainingen gegeven en groepsbijeenkomsten met andere vrijwilligers en deelneemsters georganiseerd.

Meer informatie
Wit u uw Nederlands verbeteren, wilt u Taalmaatje worden van een allochtone vrouw of man of wilt u vrijblijvend informatie over dit project? Neem dan contact op met Marion, Annelie en Kim, coördinatoren van het Taalmaatjesproject, zij vertellen u graag meer over het project! U kunt mailen naar: taalmaatjes.humanitas.utrecht@gmail.com


______________________________________________________________________

Verslag van een vrijwilliger
Elke week ga ik, als vrijwilliger, langs bij mijn Taalmaatje E. E. is een deelneemster in het Taalmaatjesproject en heeft zich opgegeven om beter Nederlands te leren. E. is een Turkse mevrouw, zij woont sinds 2 jaar in Nederland met haar man en 2 zoons. Haar oudste zoon van 11 jaar gaat naar de basisschool en is vaak weg als ik bij E. langs kom. Haar jongste zoon van 2,5 jaar is altijd thuis. Haar man is vaak aan het werk, ik heb hem daarom pas 2 keer gezien. Het zijn vreselijk aardige mensen.

Wanneer ik ’s ochtends of ’s middags, ligt eraan wanneer de afspraak is, aanbel dan staan de slofjes al klaar om aan te trekken. Het is niet hygiënisch om met je schoenen aan door het huis te wandelen. Vandaar; schoenen uit als je binnen komt! De slofjes die je bij binnenkomst krijgt, zorgen ervoor dat je geen koude voeten krijgt. Ik loop naar de huiskamer en leg mijn jas op de bank, omdat er in het huis geen kapstok te vinden is. Voordat ik aan de eettafel kan gaan zitten heeft E. al een kopje thee voor mij neergezet. Ze loopt weer weg, ze roept vanuit de keuken: “Hoe gaat het met jou”? Ik sta dan weer op van de eettafelstoel en loop naar haar toe. Het gesprek begint. Het gaat over hoe het met ons beide gaat en wat we hebben gedaan. Ondertussen is E. weer iets lekkers voor mij aan het maken.
Het eten is klaar, we gaan aan de eettafel zitten om te gaan ontbijten of te lunchen.

Ik vroeg eens: “Mag ik al wat pakken?”, ze was beledigd door mijn vraag. Ze zei: “Jij moet niet vragen, in Turkije is dat onbeleefd. Je moet gewoon doen.”. Sindsdien vraag ik dat niet meer. Onder het eten praten we over haar school, werk en het leven. Ze wilde van mij weten of ik al getrouwd ben. Ik vertelde haar dat ik nog niet getrouwd ben, dat vindt ze raar, want waarom heb ik dan wel een ring om mijn vinger? Zo zijn er veel dingen die voor haar andere betekenissen hebben dan voor mij. Dat is het leuke van het Taalmaatjesproject. Op een vriendschappelijke manier leer je veel van elkaar, de Nederlandse taal, de Nederlandse cultuur, maar ook juist andersom hoe dingen verlopen in Turkije.

E. zit op school en volgt daar Nederlandse les, ik help haar met haar huiswerk dat ze van school heeft meegekregen. Aan het einde van ons contact maken we een nieuwe afspraak voor de volgende keer. Aangezien je 25 contactkeren moet behalen in een jaar, is het makkelijk dat je niet verplicht bent om elke week af te spreken. We leggen beide onze agenda’s op tafel en kijken wanneer wij allebei kunnen.
“Na ons gesprek had ze helemaal alleen de trein gepakt”
De 20 jarige Nadia van Sprundel loopt 16 uur per week stage bij het project Taalmaatjes en begeleidt sinds oktober vorig jaar een Egyptische- en een Turkse vrouw. Ze zit nu het 2e jaar van de 4-jarige opleiding “Maatschappelijk Werk en Dienstverlening” aan de Hogeschool in Utrecht. Nadia is Nederlands en heeft zich bekeerd tot het islamitische geloof. “Voor de band met mijn Turkse maatje is dit best wel handig,” zegt ze lachend.
Taalmaatjes begeleiden en ondersteunen allochtone vrouwen die de Nederlandse taal beter willen leren spreken. Deze vrouwen worden normaal gesproken gedurende een jaar minimaal 25 keer bezocht. Omdat Nadia een half jaar stage loopt, bezoekt ze beide vrouwen elke week. Een bezoek duurt gemiddeld 2 uur. “In het begin praat ik met hen over van alles en nog wat, maar op een gegeven moment pak ik er een boek of ander lesmateriaal bij, want ik vind het leuk om hen echt wat te leren.” De Egyptische vrouw heeft onlangs een verblijfsvergunning gekregen. Ze wil graag werken en is erg leergierig en ambitieus. “Ik had haar verteld hoe het openbaar vervoer in Nederland werkt en hoe je met de trein van A naar B kunt reizen. De eerstvolgende keer dat ik haar sprak had ze helemaal alleen de trein gepakt. Dit vind ik erg leuk; het geeft veel voldoening als je ziet dat je maatje zelfstandiger wordt en meer zelfvertrouwen krijgt. Wel is het belangrijk dat je aanvoelt waar de interesses van je taalmaatje liggen. Het moet natuurlijk voor beide partijen leuk blijven. M’n Turkse maatje had niets met klokkijken, daar zijn we dus weer snel mee gestopt”.
Beide vrouwen zijn dertigers en hebben een moeilijk leven achter de rug waarin ze veel hebben meegemaakt. De Egyptische vrouw woont met haar 3 jonge kinderen in de crisisopvang in Utrecht. “Als ik haar opzoek mogen we van een spreekkamertje gebruikmaken, zodat we even rustig kunnen zitten.” De Turkse vrouw woont met haar man en 4 kinderen in een benedenwoning. “Het leukste van dit werk vind ik dat je echt kunt zien dat de vrouwen zekerder van zichzelf worden en zich ontwikkelen. Ik vertel graag over de Nederlandse cultuur en vind het interessant om van hun cultuur te leren. De grote verschillen tussen mensen maken dit werk leuk en interessant.”
“Op dit moment zijn er 75 koppels gemaakt voor taalmaatjes. Dat is al redelijk veel, maar er staan nog veel allochtone vrouwen op de wachtlijst, dus we blijven actief zoeken naar vrijwilligers. Mede door het maken van folders en posters die we o.a. in buurthuizen en bibliotheken ophangen proberen we nog meer vrijwilligers te werven.” De uren die Nadia naast het begeleiden van haar taalmaatjes overhoudt, besteedt ze aan administratieve- en wervingswerkzaamheden.